Mogelijkheden

Borstreconstructies zijn de laatste jaren een groot onderdeel geworden in de praktijk van de reconstructieve plastisch chirurg. Dit heeft verschillende oorzaken: vooreerst is en blijft borstkanker tegenwoordig een van de meest voorkomende tumoren bij de vrouw (1 op 10). Door diverse screenings-onderzoeken die via de overheid gepromoot worden en door de bewustwording van de Belgische vrouw dat borstonderzoek op regelmatige wijze moet gebeuren, worden er meer borsttumoren in een vroeger stadium ontdekt. Hierdoor stijgt het aantal operatieve mogelijkheden waarbij borstchirurgie (al dan niet gecombineerd met bijkomende behandeling als chemo- en/of radiotherapie) voor een definitieve genezing kan zorgen.

Bovendien wordt de vrouw alsmaar actiever in het sociale en professionele leven. Omdat het werken met een externe prothese meer en meer als een last wordt ervaren, stijgt de vraag naar reconstructies d.m.v. een interne prothese of dmv autoloog weefsel. Tot slot zijn er gedurende de laatste 10 jaar, nieuwe technieken ontwikkeld waardoor het aanbod aan reconstructieve mogelijkheden nog verruimd is, met excellente lange termijn resultaten.

Borstsparende heelkunde

Niet elke diagnose van borsttumor noodzaakt een mastectomie. Vaak kan er een “borstsparende tumorectomie” gebeuren waarbij een deel van het klier-en vetweefsel verwijderd moet worden maar waarbij nog een aanzienlijke hoeveelheid borstweefsel overblijft na de tumorectomie. Vermits elke plastisch chirurg gedurende zijn opleiding diverse technieken van borstverkleiningen heeft aangeleerd gekregen kan er in overleg met de borstchirurg een techniek gekozen worden waarbij de tumor zich in het resectie stuk bevindt. Om een grote postoperatieve asymmetrie in de beha te vermijden, kan er dan geopteerd worden om onmiddellijk of in een tweede tijd, een verkleining te laten uitvoeren aan de andere zijde. Dit moet uiteraard goed op voorhand besproken worden met de patiënte, borstchirurg, oncoloog en plastisch chirurg, en hangt vaak af van het type van tumor.

Mogelijkheden van borstreconstructies na een mastectomie

Indien er dan toch, na de diagnose van een borsttumor, een mastectomie moet gebeuren, zijn de reconstructieve mogelijkheden de volgende. Een onmiddellijke reconstructie, of een laattijdige reconstructie (= reconstructie in een tweede tijd).

Een onmiddellijke reconstructie wil zeggen dat er tijdens de ingreep waarbij de borst wordt weggenomen, onmiddellijk een nieuwe borst (of het beginstadium ervan, zie later) wordt gevormd. Niet iedereen komt hiervoor in aanmerking. Dit hangt meestal af van het type en de grootte van de tumor, of er al dan niet nabehandeling nodig zal zijn ... en wordt meestal op voorhand in team besproken (borstchirurg/gynaecoloog, oncoloog …).

Met een laattijdige reconstructie, wordt bedoeld dat de borst pas gevormd wordt in een operatie, op latere datum dan de mastectomie-ingreep. Dit is de meest uitgevoerde reconstructie omwille van verschillende redenen. Zo wordt er bijvoorbeeld niet altijd een onmiddellijke reconstructie aangeboden, of kan de reconstructie niet gebeuren in het ziekenhuis waar de borst wordt verwijderd. Of wil de vrouw eerst het proces van de mastectomie verwerken alvorens aan een reconstructie te denken. Of wordt een onmiddellijke reconstructie afgeraden o.w.v. een grote kans op nabehandeling… 

Indien er inderdaad een nabehandeling (radiotherapie en/of chemotherapie) nodig is en er is gekozen om pas een reconstructie te laten uitvoeren wanneer deze nabehandeling beëindigd is, zal men steeds een 4 tot 6 tal maand wachten tot na de beëindiging van de nabehandeling. Op deze manier kunnen de weefsels en de littekens wat tot rust komen.
 
Er bestaan diverse types van borstreconstructies, maar over het algemeen kunnen ze opgesplitst worden in twee grote pijlers:

Wanneer en hoe beslist men nu om een onmiddellijke of laattijdige reconstructie uit te voeren?

Vaak wordt dit beslist voor de patiënte op basis van het type van tumor dat gevonden werd. Voor de mastectomie wordt uitgevoerd, heeft men immers al vaak een goed idee (aan de hand van afmetingen, biopsies etc) of er na de ingreep bijkomende behandelingen zullen nodig zijn (radiotherapie en/of chemotherapie). Radiotherapie heeft een zeer slechte invloed op huid waardoor deze verstijft en verhardt. Ze wordt “karton-achtig”. Wanneer er zich dan onder die huid een prothese of expander bevindt, kan deze de huid doorprikken. In minder ernstige gevallen kan er zich een sterk littekenweefsel (kapsel) vormen rond die expander/prothese, waardoor de borst ernstig misvormd word. Ook wanneer er gekozen wordt voor een autologe reconstructie, kan er vetweefsel afsterven (vetnecrose) met vervorming van de reconstructie tot gevolg (zij het in mindere mate). In deze gevallen (wanneer men dus preoperatief weet dat postoperatieve radiotherapie zal nodig zijn) zal er dus eerder voorgesteld worden om een laattijdige reconstructie uit te voeren. Door de radiotherapie zijn echter de opties voor de laattijdige reconstructie dan ook verkleind: een reconstructie zonder inbreng van gezond, niet bestraald weefsel is niet meer mogelijk. Er moet dus steeds een reconstructie gebeuren met een autologe component (volledig autoloog of autoloog + expander/prothese).

Indien het bijna zeker is dat postoperatief geen radiotherapie zal nodig zijn, moet er overwogen worden of een onmiddellijke reconstructie wel haalbaar is. Dit zowel uit psychische als lichamelijke overwegingen.

  • Lichamelijk: afhankelijk van de gekozen reconstructie zal de periode dat de patiënte in slaap moet blijven, verlengen. Hierdoor wordt in bepaalde gevallen deze dubbele ingreep (mastectomie + reconstructie) te belastend voor de patiënte.
  • Psychisch: niet elke patiënte is klaar om onmiddellijk een reconstructie te krijgen. De diagnose van een borsttumor is vaak een emotionele aangelegenheid waarbij de patiënte zo snel mogelijk het gezwel wil laten verwijderen. Vele patiënten zijn dan ook nog “niet klaar” om al aan een reconstructie te denken. Ze willen eerst de mastectomie “verwerken”.

Voor deze patiënten bestaat er, zo gewenst, een tussenoplossing: er kan onmiddellijk een tijdelijke expander geplaatst worden, waardoor het maximum van de aanwezige huid kan gespaard blijven bij de mastectomie. Hierdoor heeft de patiënte nog steeds de keuze tussen een laattijdige reconstructie d.m.v. prothese of d.m.v. autoloog weefsel. Indien dan gekozen wordt voor een autologe reconstructie, zal er minder huid ter plaatse moeten gebracht worden waardoor de reconstructie nog natuurlijker wordt. Indien de patiënte kiest voor het stopzetten van de reconstructie, kan de expander d.m.v. een kleine ingreep verwijderd worden.

Anderzijds valt te betreuren dat vele borstchirurgen de informatie over eventuele reconstructies niet aanreiken aan de patiënte. Hierdoor heeft de patiënte geen weet van het feit dat er een onmiddellijke of laattijdige reconstructie mogelijk is. De reconstructie wordt vaak nog aanzien (door de borstchirurgen) als een soort van "luxe-ingreep" die niet noodzakelijk is. Het tegendeel is echter waar, het aanreiken van informatie over een mogelijke reconstructie, onmiddellijk of laattijdig, kan de patiënten vaak helpen in het verwerkingsproces van de diagnose en initiële behandeling.

Belangrijke slotbemerking

Tegenwoordig worden er boeken vol geschreven over allerlei types van borstreconstructies. Met dit korte overzicht hopen wij u echter een soort van basisinformatie mee te geven. Welke patiënte in aanmerking komt voor welk type van reconstructie moet individueel met elke patiënte besproken en bediscussieerd worden in multidisciplinair overleg. Belangrijk om weten is ook dat de mogelijkheid tot borstreconstructie onmiddellijk aan het woord mastectomie zou moeten gekoppeld worden zoals dit nu al het geval is met bijkomende behandelingen. Borstreconstructies worden immers meer en meer een belangrijk onderdeel in de therapie na een diagnose van borstkanker.