Reconstructie met een prothese

Deze reconstructies kunnen verder opgesplitst worden onder de vorm van:

Reconstructies met enkel een (siliconen gevulde) prothese

Deze ingreep wordt minder en minder uitgevoerd. Het principe bestaat erin dat het volume, dat verwijderd werd tijdens de mastectomie, vervangen wordt door het volume van een prothese. Deze reconstructie kan bijna alleen maar gebeuren wanneer er een onmiddellijke reconstructie gebeurt. Tijdens dezelfde ingreep wordt het borstweefsel vervangen door een borstprothese die gedeeltelijk onder de grote borstspier wordt geplaatst. Gedeeltelijk, want de onderzijde van de prothese zal enkel bedekt worden door het dunne laagje huid, dat overblijft na de mastectomie.

Reconstructies met een expander, nadien gevolgd door een prothese

Bij deze procedure, wordt er eerst i.p.v. een prothese, een expander gedeeltelijk onder de borstspier geplaatst. Deze expander is een soort van ballonnetje dat gradueel de overliggende huid uitrekt en klaarmaakt voor de implantatie van een definitieve prothese. Na de eerste ingreep, waarbij de expander wordt geplaatst, wordt meestal een tweetal weken gewacht tot de littekens goed genezen zijn. Vanaf dat moment, wordt de expander elke week opgevuld tijdens een consultatie. Het opvullen gebeurt door de arts en houdt niet meer in dan een prikje dat door de huid wordt gegeven met een naaldje. Eenmaal de expander het juiste volume heeft bereikt (dat moment is afhankelijk van de grootte van de expander en de grootte van de andere borst), zal een tweede, kleinere ingreep gepland worden. Tijdens deze ingreep, meestal enkele maanden na het plaatsen van de expander, zal de expander vervangen worden door de definitieve silicone prothese. Het is een kleine ingreep in vergelijking met een reconstructie met autoloog weefsel. Deze reconstructie kan gebeuren zowel bij een onmiddellijke als een laattijdige reconstructie.

Reconstructies met alleen een prothese en/of expander, worden meestal niet voorgesteld bij een onmiddellijke reconstructie wanneer er voor de ingreep al een grote kans bestaat dat er postoperatieve bestraling zal nodig zijn. Een laattijdige reconstructie met enkel deze technieken zal ook niet worden voorgesteld wanneer er na de mastectomie bestraling is gebeurd. Een dergelijke bestraling heeft immers een zeer slechte invloed op de huid, waarbij deze een “karton-achtig” aspect verkrijgt. Bijgevolg rekt deze huid ook niet mooi uit, wat de voorwaarde is om deze reconstructie te kunnen uitvoeren.